Superpasta
Shanghai, Rome, Parijs, Dubai en Budapest. Zomaar een rijtje steden die als vakantiebestemming op een lijstje kunnen staan. Als ik door mijn fotoalbum blader vind ik alleen geen vakantie kiekjes uit elk van deze wereldsteden. Wat ik wél tegenkom zijn foto’s van enorme zwembaden, maar helaas zonder lange, grote, spannende glijbanen. In elk van deze plaatsen heb ik een internationaal toernooi gezwommen en de foto’s die ik heb zijn gemaakt door mijn ouders. Oplopen tijdens een WK finale in Dubai of het zwemmen van een nieuw Nationaal Record op de vlinderslag in Budapest is allemaal vastgelegd door de immense camera waarmee mijn vader op de tribune zit. Film opnames zijn er ook, daar is mijn moeder de regisseur van.
Bijna 20 jaar ben ik al een groot deel van mijn leven te vinden in het zwembad. Tegenwoordig gaat er bijna geen dag meer verloren dat ik niet in het water heb gelegen. Gelukkig hoef ik nu niet meer naar het zwembad gebracht te worden door mijn ouders, maar dat is anders geweest. Toen ik als 17 jarig talent besloot mijn baantjes te gaan trekken in Eindhoven, betekende dat kilometers maken: voor mij in het zwembad naast Pieter van den Hoogenband, voor mijn ouders over de snelweg van Melick naar Eindhoven. Tussen de 1200 en 1600km per week zat ik samen met mijn vader of moeder in de auto, met geregeld dagen dat de wekker om 4u45 ging. En had ik geen zin om naar het zwembad te gaan, niemand die me dwong: “dat is je eigen keuze, zelf weten”, luidde het antwoord. Ja, het zwemmen is een hobby waarin ik mijn dromen wil najagen maar die ik niet zonder mijn ouders werkelijk kan maken. Na de training kookte mijn moeder meer spaghetti en macaroni dan ze in Jamie’s Italian restaurant serveren. Door de inzet van mijn ouders hoefde ik me maar met 1 ding bezig te houden: zwemmen. Met de grote kanttekening dat ik mijn VWO diploma binnenhaalde.
Voor die tijd stond mijn vader naast de badrand om mij te begeleiden naar zwemsuccessen. De lijn tussen privé en zwemmen was bij ons thuis aan de eettafel daardoor vrij dun, aangezien ik ook nog een broer had die op hoog niveau zwom. Was er een NK of Limburgs Kampioenschap zwemmen, gegarandeerd dat familie Verlinden aanwezig was. Gelukkig leidde de potentiële conflictenrol vader/trainer niet tot problemen. Thuis is papa, in het zwembad de zwemtrainer. Gelukkig had mijn vader op tijd door dat ik onder zijn begeleiding niet meer kon bereiken.
Na mijn VWO diploma kreeg ik de mogelijkheid om in Eindhoven te gaan wonen, zwemmen én studeren. Dat betekende niet dat de weg naar Melick onbekend terrein werd. Op mezelf wonen betekende mijn eigen boontjes doppen, maar zelf wassen zat er niet in. In de weekenden dus vaak op- en neer naar mijn ouders die in recordtempo alle sporthanddoeken en probleempjes verhielpen.
Als sporter kon ik mijn eigen maaltijden klaarmaken dankzij een stoomcursus koken-voor-dummies verzorgd door mijn moeder. Helaas smaakte mijn pasta niet zo lekker als die van mijn moeder. Nu, jaren later, nog steeds niet.
Als ik een NK heb of een invitatie wedstrijd in het buitenland is het fijn om lekker met mijn zwemmaten van huis te zijn. Maar bij het inzwemmen tijdens een grote internationale wedstrijd (EK, WK) is er eigenlijk een vast stramien. Vlak voor ik het water induik even snel over de tribunes kijken: dáár in die oranje shirts, zwaaiende armen en een moment van opluchting op mijn moeder’s gezicht als ik haar heb gezien en zij mijn vader aanstoot, “daar, kijk!”. Oke, ik heb ze gespot en ze zien dat het met mij goed gaat. Nu weer terug naar mijn taak.
Zoals ik in de trainingen op zoek ga naar verbeteringen om beter te worden, hebben mijn ouders hun eigen jacht. Al ver voordat het volgende EK of WK plaatsvindt, gaan mijn ouders op zoek naar tickets en hotels/vluchten. Ik wil er niks van weten, zolang ik maar weet dat ze er zijn. Het is overigens geen verplichting, als ik weet dat het onhaalbaar is dan niet. Ik weet dat ze achter me staan, welke keuze(s) ik ook maak.
Nu ik in Amsterdam woon, en sinds 3 jaar ook zelf mijn was doe, betekent dat niet dat ik mijn ouders haast niet meer zie. Volgende week staat de NK op de agenda welke toevallig in mijn thuisbad wordt gehouden. Het volgende telefoongesprek zal binnen nu en een paar dagen ongetwijfeld plaatsvinden:
(....)
Mama: “Morgen komen we naar Amsterdam”
Ik: “Gezellig! komen jullie nog even langs?”
Mama: “Jahoor, dat kan wel. Zal ik dan ook nog even wat extra pasta klaarmaken om te eten tussen de series en finales?”
Ik: “Ja, graag. Lekker!”
(... )
Mama: “Tot snel vrijdag”
Ik: “Doei”
Want ja, ook een Olympisch finalist kan nog steeds niet zonder de superpasta van moeders.
Joeri Verlinden